Edam

Edam

Edam

Harp van Waterland, fijnbesnaard rond de E, met links

van het midden een Dam van het zuivere soort zo’n

vergeelde nederbult van rondekazenfaam, vermarkt met

stadsrecht wapperend in betweten, gereformeerd daarom

 

Hier wandelen is kerkbogen zien rijzen met geheven

lichtzwaard, gotisch kaatsend op Warder in dauw

vol kirrende elfjes keltische violen en vleugels van

 

het gefortuneerde, welstand dat meetelt tot na de laatste

cent, schuifelend op sokken onder rechtgebreide

mening in denkpatroon voor vers pluche dat afkomt

 

op middeleeuwse broodgeur, uitkijken op groener gras en

vrijschoolse matinees, bezoekers beschilderend met dromen

van achterhuizen vol hoedendragerij en rokken met ruches

 

Door elke grachtgevel de wasem van delicatesse, alles dagvers

krokant met roodgroen temperament, geen oranje tompoezen

wel éclairs abdijbier en straathoekpraat in vals plat Hollands

zoals dat gaat, bastion dus voor buitenbeentjes die ergens

 

kleinkunst en hockey verwachtten

Maar geen club meer kunnen zien

Curiosa clubjes meer

 

Ook zij chapeau voor al dat hier stil en kleinstads

in kalm verzet de tweedehands calimeropet afzet

 

Laat de grote buur maar vissen en

lui aan de grote Amstel maar gissen

Vanaf hier kunnen ze leren

 

Een slaapstad naar dorpse klasse te gidsen

 

Edam